Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 2040 weer een stap verder

Op 29 januari heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven de Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040 aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze Ontwikkelagenda is de vervolgstap in het proces Programma Toekomstbeeld OV die gestart is in 2016 met de publicatie Toekomstvisie openbaar vervoer 2040. Daarna volgde het rapport Contouren Toekomstbeeld OV 2040 (januari 2019). In deze contourennota staat de richting voor het toekomstige OV beschreven. Na grondig onderzoek door ProRail, de vervoerders en overleg met de decentrale overheden is hier nu een Ontwikkelagenda aan gekoppeld. In deze agenda worden de te maken keuzes inzichtelijk gemaakt en een schetst gegeven van de noodzakelijke investeringen voor een toekomstbestendig OV.

Lees hieronder het hele artikel
 
global goal icon

In het kort

  • De Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040 is aangeboden aan de Tweede Kamer. De investeringen die in de Ontwikkelagenda staan genoemd, moeten er uiteindelijk voor zorgen dat op nog meer plekken altijd binnen tien tot vijftien minuten een trein, metro, tram of bus rijdt.
  • De mogelijkheden voor een robuust openbaar vervoer zijn inzichtelijk gemaakt in negen 'menukaarten' met elk een eigen ontwikkelrichting. Menukaart 0 is de robuuste basis. 
Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040

De mogelijkheden voor een robuust openbaar vervoer zijn inzichtelijk gemaakt in negen ‘menukaarten’ met elk een eigen ontwikkelrichting. Daarbij is uitgewerkt wat de verschillende opties kosten, hoeveel nieuwe reizigers ervan kunnen profiteren en welke haken en ogen eraan zitten. De belangrijkste is ‘menukaart 0’: Een robuuste basis. Hierin staan de randvoorwaardelijke bouwstenen die essentieel zijn om de doelen van het Toekomstbeeld OV te bereiken. Een groot deel van de bouwstenen in de andere acht menukaarten vallen of staan met het realiseren van deze ‘robuuste basis’.

De investeringen die in de ontwikkelagenda worden genoemd, moeten er uiteindelijk voor zorgen dat op nog meer plekken altijd binnen tien tot vijftien minuten een trein, metro, tram of bus zal rijden. De maatregelen moeten verder met zich meebrengen dat de Randstad sneller bereikbaar is vanuit Twente, Zeeland, Limburg, Groningen en Friesland. Ook moet het makkelijker worden om voor een stedentrip naar België of Duitsland de trein te pakken.

Ambities van Twente opgenomen in de Ontwikkelagenda

De OV-ambities van Twente komen in een aantal menukaarten terug:

  • Onderzoek naar het goederenvervoer per spoor (de routering van goederentreinen van Rotterdam naar Noordoost-Europa) staat opgenomen in menukaart ‘Een robuuste basis’. Met dit onderzoek zal in 2021 een start worden gemaakt. Zonder duidelijkheid over de routering van het Nederlandse goederenspoor kunnen wij in Twente geen goede keuzes maken over personenspoor omdat deze van dezelfde infrastructuur gebruik maakt en er knelpunten zijn tussen bijvoorbeeld Wierden-Hengelo. Daarbij is de aanpak goederenvervoer belangrijk voor de leefbaarheid in Twente langs de goederenspoorroutes;
  • Een onderzoek naar de gewenste IC-verbinding Enschede-Zwolle-Amsterdam en een nieuwe verbinding Arnhem-Enschede staan opgenomen in menukaart ‘Versnellen naar de landsdelen’;
  • In de menukaart ‘Internationaal verbinden’ staat het onderzoek opgenomen naar het versnellen en de routering Amsterdam-Berlijn waaronder een route via Zwolle;
  • Het doortrekken van de lijn Münster-Enschede naar Zwolle staat in menukaart ‘Kort grensoverschrijdend’. Over het knelpunt tussen Enschede en Gronau zijn al in de MIRT 2020 afspraken gemaakt met het Rijk;
  • Het versnellen van de lijn Zwolle-Almelo waarvoor een spoorverdubbeling nodig is wordt beschreven in menukaart ‘OV tussen regio’s’;
  • Daarnaast zijn nog actiepunten aangegeven over ander OV zoals Bus Rapid tussen regio’s, inrichten van OV-hubs op knooppunten en verduurzaming van het OV.
Hoe verder

De opgaven zijn urgent en de projecten hebben lange doorlooptijden. Op een aantal grote dossiers – zoals de spoorgoederenroutering – moet voorwerk worden gedaan om in de komende jaren de juiste keuzes te maken. Het Ministerie IenW wil 2021 gebruiken om de benodigde informatie op tafel te krijgen voor beslissingen over het Toekomstbeeld OV gedurende de nieuwe Kabinetsperiode. Dit gaat zij weer samen met de decentrale overheden, ProRail, vervoerders en reizigersorganisaties oppakken. En hierbij worden de relevante afspraken uit de bestuurlijke overleggen MIRT 2020 ook meegenomen.

Bij de verdere uitwerking hoort ook het gezamenlijk ontwikkelen van een keuzehulp door middel van gedragen processtappen, het bepalen van gezamenlijke uitgangspunten en een afweegkader. Dit zal ook dit jaar worden opgestart. Het Programma Toekomstbeeld borgt de ontwikkeling en samenhang van de diverse vervolgstappen. Het vervolg wordt besproken in de landsdelige en landelijke OV-tafels, BO-MIRT (najaar) en - vanwege de sterke koppeling met de woningbouwopgave - in de strategische BO MIRT-gesprekken (voorjaar). De decentrale overheden zorgen onderling voor een goede afstemming om samen met het Ministerie IenW de verdere richting te bepalen. Hiervoor is een werkagenda opgesteld op nationaal niveau. Uitgangspunt in deze werkagenda is een corridoraanpak voor de bereikbaarheid in het geheel. Voor Twente staan de corridors ‘35’ en ‘1’ opgenomen in het werkplan.

Regio Twente en haar steden zitten aan tafel bij de landsdelige OV- en de goederenspoortafel. Provincie Overijssel neemt deel aan de landelijke tafel. Onder leiding van de provincie wordt verder afgestemd met de regio’s in Overijssel maar ook met onze landsdeelpartner Gelderland.

Stukken
  • Alle stukken van de Ontwikkelagenda zijn hier terug te vinden.
  • De diverse achterliggende onderzoeksrapporten en de marktvisie op het netwerk vanuit de spoorgoederensector worden gepubliceerd op Rijksoverheid.nl
Datum: 12 februari 2021
Auteur: Twente Board