Brandstof voor het creatieve vuur

Steun voor broedplaatsen van Enschede tot Reutum

 

Creatieve broedplaatsen kunnen helpen talent naar Twente te halen en hier te houden. Met die overtuiging slaan culturele sector, onderwijs en overheid de handen ineen om in de komende jaren een aantal van deze plekken in de regio tot stand te brengen. Het rijk draagt bij met ruim twee miljoen euro uit de zogenoemde Regio Deal. Opvallend is dat niet alleen de steden profiteren. Tot in de kerkdorpen wordt de creatieve geest aangewakkerd. ‘De hele regio heeft baat bij een open creatief klimaat.’

Lees hieronder het hele artikel
 
global goal icon

In het kort

  • Creatieve broedplaatsen kunnen helpen talent naar Twente te halen en hier te houden
  • In de komende jaren worden daarom een aantal van deze plekken in de regio gerealiseerd
  • Opvallend is dat niet alleen de steden profiteren. Tot in de kerkdorpen wordt de creatieve geest aangewakkerd

New York, Berlijn en ook Amsterdam worden vaak genoemd als de steden waar het fenomeen creatieve broedplaats zich vergaand heeft ontwikkeld. Maar Willem Jaap Zwart, directeur van Concordia Film|Theater|Beeldende Kunst in Enschede, verwijst graag naar Tallinn, de hoofdstad van Estland. Een gigantisch complex waar in Sovjettijden locomotieven werden gebouwd groeide in tien jaar tijd uit tot ‘Telliskivi Creative City’, waar een slordige 250 bedrijfjes en ateliers niet alleen werk bieden aan 1.500 man, maar dat met een volcontinu cultureel programma ook een bezoekersmagneet is. Zwart zag op zijn rondleiding een gelikt kantoor van een architectenbureau, grenzend aan een voormalig leslokaal waar ‘de bomen door de ramen groeiden.’ Zo moet het, wist hij. Niet omdat het verkommerende leslokaal zo authentiek afstak tegen dat hippe architectenkantoor, maar omdat in Tallinn de ruimte niet eerder wordt ontwikkeld dan wanneer er een huurder voor is. Zwart: ‘vaak is vastgoedontwikkeling het vertrekpunt. Alles wordt piekfijn in orde gemaakt, zodat je met hoge kapitaalslasten zit. Vind je dan niet de huurders en gebruikers waarnaar je op zoek was, dan moet je concessies doen aan je concept’. Dat leidt al snel tot iets wat eerder een bedrijfsverzamelgebouw is dan een creatieve broedplaats, die overloopt van vernieuwing en experiment en waar delen dagelijks werk is.

Vrijplaats

De tour door de ‘creatieve stad’ in Tallinn komt de Concordia-directeur van pas, nu hij een van de kartrekkers is van het project dat creatieve broedplaatsen in Twente grond onder de voeten moet geven. Er zijn er al wel een paar, zoals de Creatieve Campus CeeCee in Roombeek, Robson (voormalige pyamafabriek), Sick House (in voormalig ziekenhuis Stadsmaten) en De Zessprong in Enschede. Ook Hazemeyer in Hengelo en The Performance Factory in Enschede staan te boek als creatieve broedplaatsen, maar missen - met vastgoedontwikkeling als fundament – volgens Zwart een beetje de rafelranden van een echte vrijplaats.

Eerder ziet hij initiatieven voor zich zoals De Tub, dat kunstenaars, ondernemers, ambachtslieden en artiesten onderdak moet gaan bieden in het voormalige gebouw van De Twentsche Courant Tubantia aan de Getfertsingel in Enschede. ‘Plekken waar leuke dingen gebeuren, de ‘underground’ de ruimte krijgt, nieuwe combinaties ontstaan.’

De broedplaatsen bieden mogelijkheden om kunst en technologie aan elkaar te koppelen. Er kan worden geëxperimenteerd, zonder dat er onmiddellijk een businessplan onder hoeft te liggen met een verwachte opbrengst aan geld en banen. ‘Zulke prognoses zijn sowieso betrekkelijk’, zegt Zwart, met verwijzing naar de moeizame ontwikkeling van banenmotor Technology Base op de voormalige vliegbasis. Het belangrijkste is dat met de juiste voorwaarden een goed klimaat wordt geschapen, volgens Zwart. ‘Wat niet betekent dat er sprake is van een subsidie-infuus’, benadrukt hij. De steun beperkt zich tot de aanloopfase; de financiering wordt in alle gevallen binnen maximaal drie jaar afgebouwd.

Ook in Reutum

Opvallend is dat het stimuleringsprogramma zich niet alleen richt op nieuwe broedplaatsen en evenmin alleen op de grotere Twentse
steden. ‘De hele regio heeft baat bij een open creatief klimaat.’ Dankzij drie sporen krijgen zowel grotere initiatieven als kleinschalige (bestaande) netwerken een impuls, waardoor de creatieve geest van Enschede tot Reutum wordt aangewakkerd. ‘Kulturhusen’, bibliotheken of vergelijkbare instellingen kunnen een beroep doen op programmeringsbijdragen, waarmee ze bijvoorbeeld lezingen, debatten of workshops kunnen organiseren die kunst, technologie en creativiteit aan elkaar knopen. Willem Jaap Zwart sluit zelfs kleinschalige particuliere initiatieven niet uit: ‘een leegstaande boerenschuur of garage kan ook een creatieve broedplaats zijn’. Tweede spoor is de uitbreiding van het aantal Innovatiehubs in de regio. In die ‘knooppunten’ voeren studenten innovatieopdrachten uit bij het midden- en kleinbedrijf. Na de start van die hubs in de Achterhoek – een samenwerking tussen Hogeschool Arnhem & Nijmegen en Saxion Hogeschool – kwamen er al hubs bij in Tubbergen en Haaksbergen. Via het broedplaatsenprogramma kunnen op meer plekken denkers en bedrijfsleven bij elkaar worden gebracht.

Nieuwe netwerken

De derde pijler zijn fysieke broedplaatsen, onder te brengen in bijvoorbeeld industriëel en religieus erfgoed in de regio. Creatieve zzp’ers en kleinere bedrijven vormen nieuwe netwerken, waarbinnen risico’s, kennis, vaardigheden en vooral ideeën worden gedeeld. Aansluiting bij bestaande brandpunten van cultuur en creativiteit, zoals het Muziek - kwartier Enschede, Oyfo in Hengelo of het Indië-terrein in Almelo ligt voor de hand, maar volgens Zwart is er ook ruimte voor volledig nieuwe initiatieven. Ook de beoogde connectie met het profiel van Twente (zoals de sterk ontwikkelde maakindustrie) is geen dwingende voorwaarde: ‘we sluiten niks bij voorbaat uit, zolang er maar sprake is van de koppeling technologie-creativiteit’. Het past bij de creatieve broedplaatsen, die immers gedijen bij vrijheid. Is overheidsbeleid en –steun eigenlijk niet in strijd met dat ongrijpbare karakter? Willem Jaap Zwart: ‘je ziet nu dat veelbelovende initiatieven soms weer verdwijnen. Dat mag dan deels inherent zijn aan dit soort plekken, het betekent ook veel verspilde energie. Wil je echt resultaten boeken, dan moet je zorgen voor een stevige basis. Het uitgangspunt blijft dat de broedplekken op eigen benen kunnen staan.’ Zonder beleid is dat veel moeilijker, is de overtuiging van Zwart. ‘Kijk maar wat er in Amsterdam-Noord en op het Suikerunie-terrein in Groningen tot stand is gebracht. Daar zit beleid achter. En dichter bij huis, in Deventer, is het Havenkwartier evenmin gebouwd op louter spontaniteit.’ Om het fundament zo stevig mogelijk te maken, moeten initiatiefnemers hun aanvraag voorzien van een sterkte/zwakte-analyse en een blijvende samenwerking aangaan met met een gevestigde partij. ‘Stel er is ondersteuning nodig in bijvoorbeeld organisatie, bedrijfsvoering of communicatie, dan zoeken we daar meteen partners voor. Dat kan een culturele instelling zijn, maar ook een bedrijfscoach. Door die koppeling met het bestaande culturele netwerk kunnen initiatieven beter landen en vergroot je het toekomstperspectief.’ Het mes snijdt bovendien aan twee kanten, ‘want op die manier zorgen we ook voor vernieuwing in de culturele sector.’

Leuker en interessanter

Door pioniers en doorgewinterde cultuuraanbieders bij elkaar te brengen, en tegelijk kunstenaars en bedrijven aan elkaar te koppelen,‘moet alles er een beetje leuker en interessanter op worden’. Dat is nodig, want Twente mag dan over een hoogwaardig cultuuraanbod beschikken, uit onderzoek blijkt dat studenten en jonge professionals hun vertier graag (ook) buiten de gebaande paden zoeken. Ze missen plekken met een alternatieve sfeer, een onderzoekend programma en een divers publiek. 

Zeker internationale studenten blijken volgens Zwart vooral elkaar op te zoeken, omdat ze het reguliere aanbod als tamelijk doorsnee en conservatief ervaren. Terwijl uit verschillende onderzoeken blijkt dat een veelzijdig en kleurrijk cultuuraanbod cruciaal is voor een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat. ‘Veel van de mensen die we hier opleiden vertrekken weer. Tegelijk blijkt het lastig om mensen van elders hier naartoe te krijgen. Daarin spelen allerlei zaken een rol, maar dit is er één van. Daarom is het belangrijk dat die broedplaatsen er komen, als versterking van het aanbod.’ De Concordia-directeur haalt de succesvolle kunstenaar Daan Roosegaarde aan, die aan de AKI in Enschede werd opgeleid. ‘Hij onderstreepte onlangs op een congres nog het belang van een vernieuwend festival als Gogbot voor het klimaat in een stad.’

Geen vaag gedoe

Juist in de combinatie van kunst en technologie liggen kansen voor de regio, meent Zwart. ‘Technologie is hier sterk ontwikkeld en cultuur voegt daar nog een dimensie aan toe. Daarmee kunnen we ons als regio onderscheiden.’ Neem kunstenaar en hobbyduiker Filip Jonker, die een electrische eenpersoonsonderzeeër ontwikkelde. Inmiddels biedt zijn bedrijf Ortega Submersibles BV, gevestigd op Technology Base, werk aan twaalf mensen. Zwart hoopt dat dit soort voorbeelden ondernemers inspireren om in het kader van het broedplaatsenbeleid samenwerkingen aan te gaan. ‘We zijn een regio van nuchtere doeners. Vaag gedoe komt er niet in. Maar je hoeft niet per se fan te zijn van een kunstenaar om er succesvol mee te kunnen samenwerken.’

Datum: 22 juli 2020
Bron tekst: INN'twente
Auteur: INN'twente