Een zeppelin voor transport van zonnepanelen

Met ‘challenge based learning’ zetten studenten van de Universiteit Twente hun tanden in complexe vraagstukken uit de samenleving. Het levert soms onverwachte oplossingen op, zoals een zeppelin voor het transport van zware bouwmaterialen zoals zonnepanelen. ‘Deze aanpak kan ons echt verder brengen.’

Lees hieronder het hele artikel
 
global goal icon

In het kort

  • Studenten van Universiteit Twente buigen zich over moeilijke vraagstukken met Challenge based learning. Dit levert soms onverwachte oplossingen op.
  • Space53 vroeg de studenten om na te denken over hoe dronetechnologie ingezet kan worden in bebouwde omgevingen.
  • Ook ontwikkelden de studenten interessante oplossingen voor FC Twente en Agar.

De energietransitie betekent de komende jaren veel extra werk voor de bouwsector. Woningen en bedrijfspanden zullen op grote schaal moeten worden voorzien van zonnepanelen, hybride waterpompen en andere CO2-verlagende maatregelen. Maar in een bebouwde omgeving is de inzet van kranen en bouwliften vaak lastig. Hoe zou je dat probleem met behulp van dronetechnologie kunnen oplossen? 

 

Deze vraag vanuit Space53, het Enschedese test- en ontwikkelcentrum voor onbemande systemen in de lucht, kwam terecht bij een multidisciplinaire groep studenten van de Universiteit Twente. Ze volgen vanuit verschillende opleidingen de minor New Technology & Business Development. Programmadirecteur Marc Sandelowsky van Space53 schakelde de studenten niet zonder reden in: ‘Dronetechnologie is complex, omdat je met allerlei facetten te maken hebt. Niet alleen met de technologie zelf, maar ook bijvoorbeeld met de vraag wat juridisch wel of niet mag en hoe de omgeving reageert op de inzet van drones. Zo’n vraagstuk kun je niet neerleggen bij studenten van een en dezelfde opleiding. Je hebt meerdere disciplines nodig.

Minder energie nodig

De UT-studenten hebben een diverse achtergrond, van werktuigbouwkunde en industrieel ontwerp tot gedragswetenschap en bestuurskunde. Het leverde in het geval van Space53 een vrachtzeppelin op. ‘Dat vind ik het mooie’, zegt Sandelowsky. ‘Wij zijn als Space53 met drones bezig en gaan ervan uit dat die het antwoord zijn op alles. Maar deze studenten hebben verder gekeken en komen vervolgens met een heteluchtballon. Die zag ik niet aankomen.’

 

Het probleem met drones is dat er veel energie nodig is om ze in de lucht te brengen en op hoogte te houden. Bij het tillen van groot gewicht, zoals bouwmateriaal, is dat een extra handicap. Een heliumballon kent dat probleem niet. Helium is namelijk licht en drijft op lucht. Sandelowsky: ‘Ze hebben ‘the best of both worlds’ verenigd door voor het opstijgen dronetechnologie te gebruiken en helium voor het in de lucht houden van de ballon. Daarmee is ook een ander probleem getackeld. Bouwbedrijven zitten niet te wachten op een lawaaiige drone met grote propellers op een drukke bouwplaats. Deze zeppelin heeft daar geen last van.’

Mobiel landingsplatform

Het was niet de enige eyeopener die studenten voor Space53 in petto hadden. Een andere groep UT’ers ging aan de slag met een landingsplatform voor zogeheten UAM-drones (Urban Air Mobility). Deze drones zullen straks naar verwachting op grotere schaal worden ingezet voor het transport van personen en pakketjes of voor inspecties in de stedelijke omgeving. Ze zijn een alternatief voor het vervoer per vrachtwagens of personenauto’s en kunnen zo de leefbaarheid in de steden vergroten. Het probleem is dat er voor de drones te weinig geschikte landingsplekken in dichtbevolkte gebieden zijn. 

 

De studenten bedachten een vrachtwagen met een in- en uitvouwbaar landingsplatform. Deze kan op elke gewenste locatie staan, bijvoorbeeld naast een ziekenhuis om de snelle levering van organen of medicijnen via drones mogelijk te maken. De studenten hebben hun idee in tien weken tijd ontwikkeld en doorgerekend. Een test met een prototype zat er in beide gevallen (nog) niet in. Programmadirecteur Sandelowsky zou graag zien dat beide ideeën in de volgende fase terecht komen.

 

‘Het liefst inclusief de oprichting van een start-up die het product in de markt zet. Dat is interessant voor de studenten, die zo leren hoe ze een bedrijf opzetten. Bovendien kan zo’n start-up, als die succesvol wordt, in de toekomst weer waarde teruggeven aan de universiteit. Het zou mooi zijn als het concept van ‘challenge based learning’ kan worden uitgebreid.

Schone tribunes

Dat laatste is docent Raymond Loohuis van de Universiteit Twente met hem eens. ‘De studenten laten het bedrijf na tien weken als het ware achter met een cliffhanger. Jammer, want ze zijn in staat gebleken om in korte tijd heel interessante en concrete ideeën te ontwikkelen. Voor FC Twente bijvoorbeeld hebben ze een methode ontwikkeld om de tribunes effectiever schoon te maken en te houden. Voor Agar in Hengelo (een onderneming met verschillende zand- en betonbedrijven) is een app ontwikkeld om kennis te delen, de gezondheid van werknemers te verbeteren en de sociale cohesie te vergroten. Studenten benaderen vanuit meerdere disciplines een probleem. Dat zien bedrijven ook. We zijn nu twee jaar bezig met ‘challenge based learning’ en de ervaringen zijn positief. Het is een goede manier om als universiteit de relatie met het bedrijfsleven te versterken. Hopelijk kunnen we ‘challenge based learning’ de komende tijd verder uitbreiden, zodat goede ideeën kunnen worden doorontwikkeld.’ 

Datum: 29 juli 2021
Bron tekst: INN’twente
Auteur: Marco Krijnsen
Beeld / video: Lars Smook